groen zonder vrees!

Word ook duurzaam! Jan is groen en schaamt zich niet!

Een elektrische auto, ruilhandel, een dak vol zonnecellen, duurzaam eten, een ultra-zuinige verwarmingsketel met slimme thermostaat en natuurlijk gescheiden afval. Jan Heemskerk en zijn gezin zijn misschien nog niet CO2-neutraal, maar een aardig eind op weg. En eigenlijk zou iedereen dat moeten zijn.

Wat zo leuk, en tegelijk bloedirritant is aan ons Nederlanders: we zijn altijd tegen verandering. We kunnen het niet helpen. Vroeger was alles beter, pioniers zijn oplichters, anders is natúúrlijk duurder, en ze proberen ons altijd voor de gek te houden.

Neem de hybride auto. Je weet wel: zo’n auto die zowel op peperdure benzine als een paar dubbeltjes stroom uit het stopcontact kan rijden. Vertel maar eens op een verjaardag dat je er zo eentje hebt. Gegarandeerd dat je binnen de minuut wordt uitgefoeterd door een schuimbekkend familielid (met snor, meestal): of je wel weet dat die accu’s straks voor een hele berg chemisch afval gaan zorgen, en dus per saldo helemaal niet schoner zijn dan moderne verbrandingsmotoren. Dat je bovendien een profiteur en een uitvreter bent omdat je belastingvoordeel geniet, terwijl je waarschijnlijk stiekem de hele tijd op benzine rijdt en die accu’s helemaal nooit oplaadt. En trouwens: dat je een aansteller, een boomknuffellaar en een griezel bent, en je auto lelijk en levensgevaarlijk, omdat je hem niet eens hoort aankomen!

Net zoiets zie je met biologisch eten, groene stroom en zonnepanelen. Biologisch eten is volgens middelbare ooms met snorren duur en je wordt in de maling genomen, want die biologische beesten zijn óók hartstikke zielig, en trouwens, ze zijn helemaal niet zielig, want het zijn maar beesten. Groene stroom is niet te betalen en al die idiote gesubsidieerde windmolens zijn spuuglelijk; zonnepanelen leveren pas na 15 jaar rendement op, en zijn vermoedelijk tegen die tijd allang door zonnerot van je dak gepleurd. Dus doe maar normaal, dan doe je al schoon genoeg!

Eerlijk? Ik snap die mensen niet. Elke gek kan toch bedenken dat een elektrische auto schoner is dan eentje op benzine? En zo niet: dan is het van de fabrikant in elk geval een stap in de goede richting om te proberen een alternatief te verzinnen voor fossiele brandstoffen, omdat die a) de aarde opwarmen en de lucht vervuilen, b) in hoog tempo opraken en c) ons afhankelijk maken van malle baardmannen in soepjurken uit landen met te veel zand of Oligarchen uit voormalige Sovjetrepublieken!

De eerste hybride auto die ik bezat, een Toyota Prius, reed ongeveer anderhalve kilometer op stroom, maar al een behoorlijk eind op de combinatie van stroom en benzine. Een stuk schoner en in elk geval een stuk goedkoper dan de benzineslurper daarvóór. Dit mede dankzij de overheid, die zich tot ieders verbazing ineens van zijn milieubewuste kant liet zien en de bijtelling voor hybrides fors omlaag schroefde.

Daar is de overheid dit jaar trouwens al weer mee opgehouden omdat het een duur geintje was: niet alleen gingen ongeveer alle leaserijders van Nederland rondtoeren in goedkope hybrides om te profiteren van het belastingvoordeel, al die mensen gingen ook nog eens veel minder benzine tanken. En aangezien meer dan twee derde van de prijs van een liter benzine als belasting (accijns en BTW) in de staatskas vloeit, kostte deze groene stimulans de staat aan twee kanten geld. Vandaar. Het moet natuurlijk niet te dol worden. Jammer, maar gelukkig hebben we onze tweede Prius, dit keer eentje die 40 kilometer op stroom kan rijden, net op tijd gekocht, en profiteren we nog een paar jaar van de oude regeling. Maar dat gezegd hebbende: anders hadden we hem óók wel gekocht.

Want geloof het of niet: wij Heemskerkjes maken ons zorgen over het milieu. Natuurlijk maken wij bij elke sneeuwbui ook grapjes dat het met de klimaatverandering zo’n vaart niet loopt, maar intussen maken we ons stilletjes wel druk als er weer een plaat ter grootte van Noord-Brabant van het drijfijs bij Antarctica afbreekt. Wij vinden het ook wennen dat je met je dieseltje Utrecht niet meer binnen mag, maar er is natuurlijk wel iets aan de hand, als je van de smog niet meer kunt ademen in Peking en Warschau. En natuurlijk voelt het gek om je afval te sorteren, maar niet als je bedenkt dat er een vuilnisbelt van honderd miljoen ton plastic, ter grootte van 700.000 vierkante kilometer, ronddobbert in de Grote Oceaan.

Sta ik dus vandaag de dag in de Albert Heijn of de Jumbo, kan ik me vreselijk opwinden als ik zie hoe bespottelijk veel plastic je kennelijk nodig hebt om een biefstukje in te pakken. Moet je maar eens opletten. Eerst leggen ze het biefstukje in een bakje. Dat biefstukje wordt vervolgens vacuüm gezogen onder een lapje plastic. Lijkt me genoeg, maar nee, het bakje moet ook nog worden afgedekt met een tweede lapje plastic, want dat oogt lekker strak. En dat bedekte bakje met daarin het vacuüm gezogen biefstukje moet tenslotte ook nog worden opgeborgen in een feestelijk bedrukte plastic zak waarop te lezen staat dat er een biefstukje inzit.

Drie lagen plastic voor een biefstukje. Dat is niet eens meer milieuonvriendelijk, dat is gewoon walgelijk. Ga maar eens een dag of wat opletten op de hoeveelheid verpakkingsmateriaal die je als gemiddeld gezin van je voedsel af moet pellen en ik weet zeker dat je snapt wat ik bedoel. En dan heb je ook nog dikke kans dat het biefstukje afkomstig is uit – ik zeg maar even – Argentinië. Waar het in de vorm van een koe nog eerst een vierkante kilometer tropisch oerbos aan veevoer heeft weggevreten, voordat het met vervuilende boot of vliegtuig naar onze huiskamer is vervoerd.

Wij zijn hier bij de Heemskerkjes echt geen groene gekkies en we gunnen iedereen zijn biefstukje, maar dat moet duurzamer kunnen. En daarom zijn we begonnen met plastic scheiden, geen dingen meer kopen die onzinnig zijn verpakt, en te kijken waar onze versproducten eigenlijk vandaan komen. Want de herkomst staat gewoon op de verpakking, en daar kijk je toch best vaak van op. Boontjes uit Kenia. Blauwe bessen uit Ghana, verzin het maar en er komt groente en fruit vandaan. Dat kan nooit kloppen, qua milieu. Wij hebben uit voorzorg besloten toch maar zo veel mogelijk producten uit eigen land te kopen. Dan maar seizoensgroenten en een paar maanden geen frambozen of gele kiwi’s.

En zo wandel ik tegenwoordig óók elke dag tussen de middag langs een heuse Eco-supermarkt in Hilversum, handig genoeg pal tegenover een biologische slager. En hoewel ik het er nog wel een beetje macrobiotisch vind, qua mensen met warrige haardracht en een bakfiets, doe ik er ook weleens wat boodschappen. Omdat die mensen opletten dat de herkomst van producten niet al te zielig en vervuilend is. En ik dat dus belangrijk vind. En omdat ze heleboel verantwoorde gezonde dingen hebben, zoals havermout, muesli, rijstmelk en groentesap. Die ik van mijn diëtiste moet eten, omdat ik daar zo lekker van afval. Zo vallen de dingen samen, bewustzijn en beter leven, en zo. De volgende stap dient zich al aan: buurman ‘andere’ Marcel is vlakbij ons dorp op het spoor gekomen van een boer die zijn melkvee gaat upgraden tot dubbel-doel-koeien: dieren die na hun melk-carrière een (kort) tweede leven beginnen als vlees-dier. Heel efficiënt en duurzaam. En zo’n koe, daar kun je dus een deel van kopen. Gewoon, om de hoek. Want regionaal, dat is het nieuwe groen. Dat je het weet.

Enfin. Ik vroeg me laatst af: wanneer is dat eigenlijk bij ons begonnen, dat voorzichtige bewustzijn, dat fluisterende besef dat je ook best iets kunt doen om milieuvriendelijker, duurzamer, groener te leven, zonder direct door te slaan en een veganistische activist met een plaggenhut en een koemestkacheltje te worden. Ik denk dat we dan terug moeten naar de tijd dat we ons huis kochten, in het jaar 2000, toen we – vooral met het oog op de temperatuur in huis en de torenhoge stookkosten – samen héél romantisch de zolderverdieping hebben geïsoleerd.

Het staat me bij dat het kort na het voltooien van die klus ging sneeuwen – ja, ja, het loopt zo’n vaart niet met de opwarming van de aarde – en de sneeuw voor het eerst op het dak bleef liggen. Want isolatie. En dat we toen tegen elkaar hebben gezegd: eigenlijk is dit heel goed voor het milieu, wat we hier hebben gedaan. En sindsdien hebben we met toenemend enthousiasme maatregelen genomen om onze vieze voetafdruk op de aarde een pietsje kleiner te maken.

Gedurende de afgelopen 15 jaar hebben we de keuken verbouwd en alle apparatuur vervangen door spullen met een A+-label. We hebben de kozijnen, die toch al grotendeels verrot waren, laten repareren en voorzien van de hoogste categorie met dubbel glas, we hebben de verwarmingsketel vervangen door een hoogrendements-wonder en daar een hyperintelligente thermostaat aan gekoppeld, die geheel zelfstandig uitzoekt of we thuis zijn of niet, en soms besluit dat we het nu wel lang genoeg warm hebben gehad.

We hebben 16 zonnepanelen op het dak gelegd (jammer van de treurwilg van de buren, die er een megaschaduw op gooit, maar ja, ook dat is de natuur) en bijna een douche-systeem gekocht dat met een zevende van de normale hoeveelheid water toe kan, maar dat was erg duur, en we zijn wel groen, maar niet gek of rijk.  We rijden dus in een Prius en (ik) in een Fiatje 500 met piepklein turbomotortje; we schamen ons diep voor onze Vespa, die voldoende fijnstof uitstoot om een olifant te vellen, en fietsen en lopen dus zo veel mogelijk om die schande te compenseren. We zijn lekker bezig, al zeggen we het zelf.

De meest recente en geniale bijdrage aan de duurzaamheid en financiële gezondheid in huize Heemskerk is echter te danken aan mevrouw H., die tegenwoordig deel uitmaakt van het grote recycling-circus dat Marktplaats heet. Wat een concept, en wat een bijdrage aan de duurzame aarde! Niet alleen is er alles, maar dan ook alles te koop (dit weekend hebben we nog de hand weten te leggen op twee Billy’s in de kleur kersenhout, die je bij IKEA niet meer kunt krijgen, voor de vriendenprijs van 35 euro), de meeste spullen krijgen een tweede leven, waardoor er volgens mijn berekeningen minder nieuwe spullen hoeven worden gemaakt, er minder Billy’s op de vuilnisbelt verdwijnen, en we dus minder grondstoffen verspillen en vuilnis ophopen.

Hoe cool is dat? Een complete parallelle economie waarin je alles kunt kopen voor minder geld, en waar je, zodra je je aankoop zat bent, deze weer voor een habbekrats van de hand kunt doen, en je er nog iemand blij mee maakt. Aanvankelijk waren er hier in huis wat bedenkingen: was het niet een beetje armoedig om de tweedehands spulletjes van een ander af te dragen? Maar al snel kwam het besef: dat is niet armoedig, dat is heel erg trendy, groen en verstandig! Want geld dat je niet uitgeeft, hoef je ook niet te verdienen. En op deze manier komen spullen binnen bereik die je voor de volle mep niet eens had kúnnen betalen.

De moraal van het verhaal. Ja, gatsie. Maar het moet even. Of je nou gelooft of niet dat de zeespiegel binnen twintig jaar een meter stijgt, de Sahara oprukt tot Noord-Frankrijk en Zandvoort het nieuwe Barcelona wordt: het gaat niet lekker en het wordt niet beter met onze leefwereld. Mede doordat wij hier in West-Europa zo ongeveer de meest vooruitstrevende mensen op aarde zijn, en er in andere delen van de wereld vooral nog miljarden mensen zijn die net boven de armoedegrens uitkijken en ook nog een tijdje willen genieten van een benzinebrakende auto en elke dag een stukje bio-industrie-vlees met de kolenkachel op 10. En geef ze eens ongeluk.

Dus is aan ons te doen wat we kunnen en vooral: het goede voorbeeld geven. Laten zien dat anders niet slechter is. En verandering ook verbetering kan zijn. Wij hier in huize Heemskerk kunnen, en willen getuigen, dat ons leven nog nooit zo leuk, schoon, sociaal, betaalbaar, gezond en trendy is geweest. Join the club!

Dit verhaal verscheen eerder in Vrouw Glossy van De Telegraaf

Foto iStock/ Gldl