Waarom moeten we zo lachen om poep en pies?

Het maakt niet uit hoe volwassen of hoogopgeleid je bent: mannen moeten af en toe lachen om scheten, schijt en pis. Waarom vinden we dat zo grappig?

Misschien heeft het te maken met taboe. We zijn het universeel wel zo’n beetje eens dat we zo min mogelijk met ontlasting te maken willen hebben. Ik wil het niet zien, ik wil het niet ruiken, en ik wil het zeker niet aanraken. Dan is het vreemd om een groepje mannen te zien bulderlachen terwijl ze vertellen over de grootste keutel die ze ooit hebben gedraaid. Maar daarom, juist. Omdat het vreemd is. Omdat je niet over dat soort dingen hoort te praten, omdat het ranzig en privĂ© is, is het grappig. Ik lach dikwijls met mijn vrienden omdat we dingen zeggen die eigenlijk de grens overschrijden. Niet omdat ik wat er gezegd wordt zo grappig vind, omdat het eigenlijk niet kan.

Het zou ook te maken kunnen hebben met herkenbaarheid. Ik bedoel, veel cabaret draait om herkenbare problemen van de dagelijkse dag grappig verwoorden. Daar lacht iedereen in de zaal hartelijk om het feit dat we allemaal een hekel hebben aan natte sokken, of dat als het huis in brand staat we zelfs de wekker nog zouden snoozen. En er is weinig herkenbaarder dan poepen en plassen, want dat doet werkelijk iedereen. Praten over wat we allemaal doen, maar waar we het eigenlijk nooit over hebben. Onderstaand filmpje vangt dat perfect (en toch weer grappig).

Misschien is het omdat we soms gewoon kinderachtig zijn, wij mannen. Geef het maar toe, af en toe flashbacken we onherroepelijk terug naar onze innerlijke 16-jarige. Ook al ben je een oude man, de jongen gaat nooit helemaal weg. Boys will be boys, en zo.

Lachen om scheten komt omdat het onverwacht is. Er hangt een stilte in de lucht die abrupt doorbroken wordt door een knetterend geluid. De maker van de wind broeit in stilte deze onderbreking van wat men dan ook aan het doen is. En da’s altijd lachen, onderbreking. Vooral als je daarna het geurorgaan van alleman in een straal van vijf meter bombardeerd.

Misschien probeer ik mijn eigen logica te rechtvaardigen door er onbeholpen filosofie op los te laten. Vast niet. Ik ben niet de enige die lacht als mijn opa zegt dat hij last heeft van broekhoest. Het is onderdeel van elk mens, en omdat daar enigszins een walm van schaamte en bescheidenheid omheen hangt moeten we lachen wanneer dat wordt doorbroken. Dus schaam je niet voor wat je lichaam produceert en lach lekker. Stiekem doen we dat allemaal.