Sophie’s man kan niet klussen – en dat is helemaal niet erg

Onlangs las ik met veel interesse de column van collega Vala over haar perfecte man. Mocht u hem gemist hebben: bij dezen, ik kan wel even wachten. Ik weet namelijk niet hoe het met jullie zit, maar ik voelde me na het lezen ervan enorm opgelucht.

Eindelijk iemand die een man een man, een paard een paard durfde te noemen en er gewoon ronduit voor uitkwam dat het beste paard van stal niet per se het beste paard voor jou hoeft te zijn. Dat het voor ons vrouwen eigenlijk veel leuker/fijner/beter/noodzakelijker is om in plaats van een volbloed raspaard, gewoon een nukkige boerenknol in de wei te hebben staan: een loyale, harde werker, maar alleen als hij goesting heeft.

Nu zou ik het natuurlijk niet in mijn hoofd halen mijn betere helft op deze plek voor knol uit te maken. Hij is allesbehalve! Het is een temperamentvolle showpony met dito ego. Maar de hemel zij geprezen lieve meneren: hij is niét perfect!

Op het oog zou je het niet zeggen hoor, dat hij een kleine smet op zijn blazoen heeft. En eigenlijk vind ik dat wel zo prettig. Ik kan hem met een gerust hart overal mee naartoe nemen. Hij ziet er altijd uit om door een ringetje te halen, is welbespraakt, onderhoudend en charmant en dan komt hij ook nog met een portie ouderwetse hoffelijkheid van heb ik jou daar. Kortom, hij is alles wat ik niet ben en dat is perfect.

Afgaande op wat collega Vala eerder en zeer terecht opmerkte, had dit een bom onder onze relatie kunnen leggen, want uiteindelijk is perfectie natuurlijk boring as f*ck. Net als iedere vrouw, heb ik het nodig om zonder enige reserve hartgrondig tegen mijn vriendinnen te kunnen zeiken over wat mijn woest aantrekkelijke, lieve, galante, bijna perfecte meneer, god betere het, nu weer allemaal gruwelijk verkloot heeft. Dat is ook niet meer dan een kwestie van fatsoen. Amechtige zuchtverhalen over hoe fantastisch jij het wel niet getroffen hebt met dat godsgeschenk van een vent van je, daar gedijen vriendschappen niet op.

Goddank komt mijn schat dan ook met een verborgen gebrek. Ik had eerlijk gezegd geen idee totdat we gingen samenwonen. Ik verwachtte – zoals je dat als vrouw nu eenmaal doet – dat al die klusjes die wachtend op de juiste handyman al die tijd waren blijven liggen, nu in een mum van een tijd gedaan zouden worden. Niets bleek minder waar.

Weken werden seizoenen en de fotolijstjes stonden nog steeds mismoedig als ter dood veroordeelden in het gelid tegen de muur en ook het bungelende peertje in de badkamer begon alle hoop te verliezen. Mijn subtiele hints, ik legde de lamp die het moest vervangen iedere ochtend opnieuw in de wastafel en parkeerde de keukentrap pontificaal in de douche, boekten niet het gewenste resultaat.

Nadat ik, toen ik voor de zoveelste keer zelf die kuttrap weer uit de douche moest halen, op mijn gebruikelijke redelijke toon vroeg waarom hij GVD die shit niet fixte, kwam de aap uit de mouw: zijn grote sterke knuisten, worker boots en baard ten spijt, kon mijn meneer niet klussen. Niet een beetje niet, helemaal niet. In zijn woorden: ‘Tenzij Dior de toolbelt introduceert op de catwalk kan ik er niks mee. Reddeloos verloren met een handleiding van Ikea zelfs.’

Dit moest ik even verwerken. After all, dit was nou net waar je zo’n gast voor in huis haalde toch? Om al die takkeklusjes te doen die jij zelf niet kunt doen? Maar terwijl ik mijn ongenoegen hierover kenbaar maakte aan mijn hevig instemmende vriendinnen, voelde ik hoe zich een gevoel van opluchting van me meester maakte. Hij was niet alleen niet perfect, dit was stof voor jaren van ongenoegen. Irritant, maar geen dealbreaker. Hier kon ik wat mee!

Binnenkort gaan we verhuizen naar appartement waar werkelijk alles nog aan gedaan moet worden. Hij, ik en zijn twee linkerhanden. Het wordt perfect, ik kan niet wachten.