vreemdgaan

Sophie haat vreemdgaan, maar ze doet het elke nacht weer

Vreemdgaan, ik doe het gemiddeld een paar keer per maand. Kieskeurig ben ik niet. Het kan werkelijk iedereen zijn. Van iemand die ik vroeger kende tot een barman en van een voetballer tot mijn kapster. Kapster (v), want in mijn dromen ben ik kennelijk niet alleen een zeer onbetrouwbare echtgenote, maar bij tijd en wijlen ook biseksueel.

Nu ben ik geen van beide. Niks mis met vrouwen hoor, sommige van mijn beste vrienden zijn vrouwen, maar het zijn mijn types niet. En wat mijn onbetrouwbaarheid betreft: ik denk dat ik het levende bewijs ben dat mijn wijze vader ongelijk had (niet alleen zwanen zijn trouw). Ik ben het ook. Hondstrouw.

Hierdoor schrik ik zelfs na een nachtelijke gestolen kus met een wildvreemde wakker met een knagend schuldgevoel. Gevolgd door de opluchting dat het slechts een imaginair slippertje was.

Niet omdat ik de aantrekkingskracht van een verboden liefde niet begrijp. Of de spanning van een avontuurtje zonder gevolgen. Heus, I get it! Maar deels omdat ik er gewoon zo verdomde slecht in zou zijn: het er op na houden van dubbele agenda’s, het maskeren van mijn sporen, het bedenken van geloofwaardige smoezen… Ik heb al moeite mijn afspraken fatsoenlijk te noteren, laat staan dat ik een heel draaiboek van bedrog in de lucht zou moeten zien te houden.

En dan is er nog dat ik het haat met een vengeance: bedrog. Er zijn maar weinig dingen die me dichter bij het randje van de waanzin brengen (denk: Glenn Close-style crazy), dan als ik er achter kom dat ik bedonderd wordt. Wat in het verleden eerder regel dan uitzondering was. Niet omdat ik door het leven ging als een goedgelovige Gerda overigens, eerder het tegenovergestelde.

Ik ben van huis uit juist gezegend met een flinke dosis wantrouwen en achterdocht, die misschien, misschien ook niet, te herleiden is tot mijn vaders commentaar over zwanen. Ouders opgelet want nu komt een opvoedkundige parel waar je je voordeel mee kunt doen: in de categorie Parental Guidance is je rebellerende tienerdochter vertellen dat werkelijk alle mannen onbetrouwbare hufters zijn, niet ideaal. Van alle goedbedoelde en soms ook zeer waardevolle adviezen waar mijn vader kwistig mee rondgestrooid heeft, was dit degene die op mij het meeste indruk heeft gemaakt. Met het lesje over zwanen werd voor mij “Ze leefden nog lang en gelukkig” voorgoed naar de eeuwige jachtvelden verwezen.

Immers als dat toch niet tot de mogelijkheden behoorde, als je maar van één ding zeker kon zijn en dat was dat je bedonderd zou worden, dan kon je je daar maar beter tegen wapenen. Met alles wat er maar voorhanden was.

En dus laat mijn pré-echtelijke liefdesleven zich lezen als willekeurig welk chicklit boek waarin een onbetrouwbare slechterik wordt opgevoerd, maar dan zonder goedzak die de dag komt redden en op Groundhog Day. Van die meneer die zich wilde settelen en hiervoor een short list van tien kandidaten had opgesteld (waarop ik, gefeliciteerd, tot de top vijf behoorde), tot die meneer die net zo kwistig met zijn liefde als met soa’s strooide en van die meneer die even vergeten was te vermelden dat hij weer bij zijn ex was ingetrokken en oh ja, dat ze ook waren hertrouwd, tot alles daar tussenin. Diep gekwetst en beschadigd tot op het bot deed ik wat ieder ander gewond dier in zo’n situatie zou doen: ik haalde uit. Naar alles en iedereen. Mezelf incluis.

Het was kortom, een disaster area van heb ik jou daar en voer voor jaren therapie en navelstaren. Gelukkig voor mij en iedereen die mijn trainwreck van een leven van dichtbij meemaakte, kwam er uiteindelijk toch een moment van bezinning. Het was het moment dat ik me realiseerde dat ik zelf verantwoordelijk was voor alle ellendige keuzes die ik had gemaakt. Dat ik en niemand anders verantwoordelijk was voor de situatie waarin ik me bevond. Die meneren niet, mijn vader niet, die kutzwanen niet. Dat laatste meen ik niet: ik ben dol op zwanen.

Is de moraal van dit verhaal dat er wel zoiets als een happy ending bestaat? Nee, de moraal van dit verhaal is dat je krijgt wat je erin stopt. En als je Meneer Van Kampen heet dat je maar beter een zwaan kunt zijn.