Soms zou je willen dat je je opa was

Ik ben 45 en ik denk de laatste tijd veel aan mijn opa. Toen hij net zo oud als ik was, had hij al vijf kinderen en een beschaafde hoeveelheid kleinkinderen. Hij heette Harm en hij droeg vaak een pet, een lichtblauwe terlenkabroek en een overhemd met korte mouwen in diezelfde kleur. Hij rookte veel shag, dronk jonge jenever en had mooi zwart haar, alsmede een hoornen bril.

Als hij niet in zijn kapperszaak stond – zo’n ouderwetse die nu weer helemaal hip zijn – las hij de krant, liet hij de hond uit of keek hij naar Studio Sport. Hij woonde in Meppel, maar was voor Feyenoord. Harm at graag witte boterhammen met kaas. Aan sport deed hij niet. Hij werkte, immers, en als hij niet werkte dan rustte hij uit, het troostend glas jenever in de hand, het smeulend shaggie in de mond.

Soms zou ik willen dat ik mijn opa was. Dat kan natuurlijk niet, alleen al vanwege het droeve feit dat hij op veel te jonge leeftijd overleed aan de gevolgen van een gemene ziekte. Evenzogoed was het leven in zijn tijd gemakkelijker. Of laat ik zeggen: overzichtelijker. Je werkte, je rustte uit, je las de krant, trouwde een vrouw, maakte wat kinderen en ging uiteindelijk dood. Plezier? Dat was niet zo nodig, daar werd je maar losbandig van. Vakantie? Daar was geen geld voor. Seks? Pure noodzaak. Sport? Daar keek je naar op televisie. Sprankelend was het niet, duidelijk des te meer en lekker rustig bovendien.

Ik moet de laatste tijd dus veel aan mijn opa denken, met name als ik weer eens zuchtend en steunend naar mijn sportschool fiets om met een groepje jongens iets te doen wat op boksen lijkt – maar zeg dat vooral niet tegen boksers. Het is evengoed heel vermoeiend en ik zweet er enorm van en de dag erna loop ik krom van de spierpijn.

De meest van jullie kennen dat gevoel. Is het niet van het boksen, dan is het wel van het hardlopen, fitnessen of een andere moeilijke vechtsport. Verdient je goed, dan kun je het wellicht af met een laf potje golf, maar sporten zal je. Je moet wel. Thuis op de bank zitten met een jenevertje, een sigaret en een zak tijgernoten, nee vriend, die tijd is voorbij. Dik zijn mag niet, uitrusten is voor losers en sporten is noodzakelijk voor de man die een leuke vrouw wil.

Begrijp me vooral niet verkeerd: ik vind roken smerig, kan niet goed tegen jenever en terlenka is niet mijn ding. Daarnaast vind ik sporten heerlijk en goed voor de geest. Maar soms, heel soms, zou ik willen dat ik mijn opa was.