stop met diëten

Marcel zegt: stop met diëten

Mijn kapper is een kale man met een enorme baard, een nog grotere mond en een baggervet Amsterdams accent. Hij rijdt in een foute BMW, zijn vrouw is stewardess en zijn hobby is boksen. George, zo heet-ie, zou je gerust een alfaman kunnen noemen. Evenzogoed is hij kapper en die hebben nogal een neiging tot veel praten. George vormt daarop geen uitzondering. Het bijpunten van mijn baard is een klus van pak ‘m beet tien minuten, maar George trekt er gerust een uur voor uit. Want: gezellig. En: er moet bijgepraat worden.

Meestal, dat hoef ik jou niet te vertellen, gaan kapperklantgesprekken nergens over. Koetjes, kalfjes, televisie, voetbal, bier en het weer. Dan houdt het wel redelijk op, en dat is prima. Je komt daar immers voor je lol, niet om geopolitieke problemen op te lossen.

Bij George is dat anders. Geen koe, geen kalf, het weer kan hem gestolen worden. Belangrijke levensvragen, die wil-ie bespreken. Zo was er die keer dat hij twijfelde over de scholing van zijn kinderen, de relatie met zijn schoonmoeder, het beleid van Rutte en er was ook eens iets met een vasectomie, en wat ik daar nu precies van vond.

Ditmaal, echter, wilde George het hebben over zijn dieet.

Daar schrok ik een beetje van. George is immers, ik zei het al, nogal een alfaman. En alfamannen diëten niet. Alfamannen eten. Liefst vlees of vis, en in deze tijden van chiazaden, gierst, spelt en andere ellende ontkom je niet aan een dagje vegetarisch, maar hoe dan ook: eten. Vast voedsel en soms een kom rijkgevulde soep. Zoals dat hoort in de wereld van alfamannen. En gewone mannen, for that matter.

George dacht daar anders over. Hij vond zichzelf te dik, zijn kinderen noemde hem ‘bolle’ en zijn vrouw vond ook dat er wel wat kilootjes af mochten. Dus ging George diëten. Dat dieet kwam er op neer dat hij per dag vijfhonderd calorieën tot zich mocht nemen in de vorm van drie enge sapjes uit flitsende zakjes. Meer niet. Geen fruit, geen tussendoortjes, geen niks. En zeker geen alcohol. Drie weken lang. ‘Want,’ zei George, ‘hierin zit alles wat je nodig hebt.’

Dat leek mij sterk.

Evenzogoed was hij al tien dagen onderweg en hij kon mij trots melden dat hij al zes kilo kwijt was. In de elf dagen die volgden, zouden er nog eens zes kilo afgaan, zei George trots. Ik vroeg: ‘En dan?’ George keek even verbaasd en zei: ‘Dan ga ik weer lekker veel eten. En drinken.’

Ik begrijp dat niet. Natuurlijk is het leuk om een paar kilo lichter door het leven te gaan – ik droom daar ook wel eens van, tijdens bange nachten vol zelftwijfel – maar ik weet inmiddels dat diëten daarbij niet helpt. De twaalf kilo die George weldra kwijt is, zitten er binnen een paar weken weer aan, namelijk. Want van diëten krijg je honger. En dorst – lees: zin in alcohol.

Wat je wel moet doen, in plaats van dure kuren en ingewikkelde diëten, dat hoef ik jou niet te vertellen. Jij weet dat. Net als ik. Daar hoeven wij, mannen van de wereld, kerels van stavast, geen diëtist voor te consulteren en geen gespierde-mannen-tijdschriften voor te lezen of. Want het is heel simpel. Vlees mag, wijn mag, bier mag, vis mag, net als groenten, patatfriet, pasta, aardappelen, fruit, dropjes, chocola, taart, bitterballen en jenever. Maar dan wel met mate. En het is handig, dat wist je ook al, als je daar twee á drie keer per week fanatiek bij sport, om de boel enigszins strak te houden.

Dat vertelde ik aan George de kapper. Die vervolgens voor het eerst sinds ik hem kende ruim een minuut stil was. Daarna vroeg hij wat ik nu eigenlijk van het weer vond.