Alwéér groot nieuws: lichaamshaar bij vrouwen is terug in de mode!

Konden we pasgeleden vol vreugde de comeback vieren van de natuurlijke borst, dit keer kunnen we – met gemengde gevoelens – berichten over de revival van het vrouwelijk oksel-, been- en schaamhaar, dat ons binnenkort weer in riante bossen tegemoet wuift! Bron is alweer Volkskrantjournaliste Dorien van Linge, die zich in razendsnel tempo ontwikkelt tot millennium-influencer van jewelste en spreekbuis van de lichamelijk bevrijde vrouw. 

Wat is er aan de hand? Welnu: in 2013 schoor nog 95% van alle vrouwen tussen 18 en 24 haar oksels, anno 2016 is dat nog maar 77%, aldus een Brits onderzoeksbureau, dat ook de omzet van Britse ontharingsmiddelen navenant zag instorten. En ook zijn er culturele indicatoren die er niet om liegen, check desnoods zelf even #armpithairdontcare of #hairyfeminist op Instagram, of steek je licht op bij fotografe Arvida Byström, die het nieuwe haar in haar oeuvre smaakvol heeft omarmd. Het kan ons niet langer ontgaan: de vrouwelijke lichaamsbeharing maakt een spectaculaire comeback, na jaren van demonisering, plaklappen met rátsgarantie, en verplicht babyzachte schaamheuvels en -oksels.

Belangrijker is natuurlijk: wat vinden wij van de Meneren van deze ontwikkeling. Welnu: we hebben gemengde gevoelens, althans ik, want ik, Jan Heemskerk dus, heb jarenlang een bitter achterhoedegevecht gevoerd tegen het verdwijnen van het vrouwelijk schaamhaar. Ik vond namelijk, en vind nog steeds, dat enige beharing op de schaamstreek wel gewenst is. Al was het maar om helder te krijgen dat je in bed ligt met een volwassen vrouw, en niet een prepuber, en anders wel omdat schaamhaar de distributie verzorgt van feromonen, de heerlijke reukprikkels die ons reptielenbrein optimaal opgeilen.

Het heeft natuurlijk ook te maken met mijn leeftijd. In ‘mijn tijd’ hadden vrouwen nog echte bossen met schaamhaar, zo dik, dat ze gemakkelijk wijdbeens konden zitten zonder ook maar iets prijs te geven van hun schat – daar moest je op de tast voorzichtig naar op zoek, en als je die dan vond, was dat een moment van pure klamvochtige verrukking! In de Playboy hadden we in die tijd ook prikkelender reportages dan in later jaren, toen we halsbrekende toeren moesten uithalen om de kale mossel buiten beeld te houden, want je weet: zet een split-wet-beaver-vagina op de foto en je kunt de rest van de vrouw wel weglaten. Zo oppervlakkig zijn wij mannen.

Maar goed. De mode heeft zijn loop en dus was er geen houden aan: haar was vies, kaal was mooi, vonden de vrouwen, en dus verdween binnen tien jaar tijd alle oksel- en overig lichaamshaar, en via de landingsbaan en het kekke streepje ook alle  schaamgewas, onverbiddelijk uit het straatbeeld. En ik moet toegeven, hoewel ik het nog steeds wennen vind om tegen zo’n kaal spleetje aan te kijken, voel je er verder niks van, en heb ik de haarloze ‘onderkant’ in die zin leren waarderen, dat je inderdaad wat minder vaak dreigt te stikken in een verdwaalde krulhaar.

En nu – als ik er net aan gewend ben – komt het vrouwelijk lichaamshaar dus terug. En moeten we weer dealen met de ontplofte-poes-in-de-rui, de dikke toef onder de oksels, en misschien zelfs wel de onbevreesd behaarde benen van de hardcore-harige feminist, want je weet hoe vrouwen zijn, die houden niet van half werk als het gaat om hun uiterlijk.

Aangezien ik me niet inbeeld dat wij mannen ook maar een heel klein beetje invloed hebben op de koers van het vrouwelijk schoonheidsideaal, wens ik mezelf en jullie vast veel sterkte met het aankomende gewenningsproces. Om te oefenen, laat ik jullie alleen met een mental image dat ik, toen ik een jaar of achttien was, in levenden lijve heb aanschouwd: onze buurvrouw Liesbeth, in een minirok en doorschijnend witte panty, die zij had aangetrokken over haar weelderig behaarde benen. Succes.