Laten we stoppen met het Sportgala van het Jaar

Een paar dagen geleden werden de prijzen voor de beste sportman en -vrouw van het jaar uitgereikt. Er waren ook nog prijzen voor het beste team en de beste coach en misschien nog wel een paar, maar daar werd in het Journaal niet over gepraat. Het was dan ook een heel erg saai evenement.

Dat had vooral te maken met het feit dat de meeste sporters zo hard trainen en sporten dat ze eigenlijk helemaal geen puf hebben om die prijs op te halen. Ze zijn moe en ze houden niet van praten want ze laten liever zien wat ze kunnen. Ze hebben er gewoon geen zin in. Ook al omdat ze zich in galajurken en smokings moeten hijsen. Dat voelt vast heel oncomfortabel als je gewend bent om de godganse dag in een trainingspak, zwempak of badjas rond te lopen. Zo ziet het er in ieder geval wel uit. De sporters zijn stuk voor stuk zó glorieus afgetraind dat hun schouders, armen, benen en nekken te breed zijn voor die inderhaast gehuurde jurken en pakken. De spieren lijken zich tussen alle glitters door een weg naar buiten te willen vechten. Heel ongemakkelijk.

Rico Verhoeven moet in zijn blote bast staan, met een blauw oog en wat bloed op zijn lip. Dafne Schippers straalt het meest in haar sporttenue, net als de vrouwen van het Nederlands voetbalelftal. Epke moet gewoon zijn maillot aantrekken of hoe zo een strakke broek ook heet. Coaches moeten lelijke sweaters aan en Tom Dumoulin in een smoking, nee, nee, nee; gewoon in lycra en met van die schoenen waarop hij niet kan lopen maar wel kan fietsen.

Natuurlijk hebben ze die prijzen verdiend, natuurlijk willen we ze eer bewijzen, ze laten zien hoe godvergeten geweldig het is wat ze allemaal moeten doen en laten om kampioen te worden. Natuurlijk moeten wij inzien dat het zwaar is, heel erg zwaar. En natuurlijk verdienen ze het applaus en het podium. Maar dan gewoon op het moment zelf, vlak na hun zoveelste magistrale overwinning, en niet op een gala. Zeker niet als dat gala vanwege geld en narcisme NOS NOC sterretje NSF Sportgala van het Jaar heet. Als je zoveel woorden nodig hebt om een gala uit te leggen, weet je dat het niet goed is.

Tom Dumoulin zei later: ‘Ik verdien mijn prijzen liever op de fiets.’ Zo is het, Tom.