Doorpakken, kreng!

Jan voedt op – Leer je kind wat werken is!

Het is je waarschijnlijk wel eerder opgevallen, en ik zeg het heus niet om op te scheppen, maar ik ben nogal intelligent. Altijd al geweest, ook als kind. Dezer dagen zouden ze mij waarschijnlijk ‘hoogbegaafd’ noemen, maar vroeger was je gewoon ‘goed op school’.  Wat zoveel wilde zeggen als: ik begreep alles snel, sneller dan gemiddelde kinderen. Ik hoefde me niet al te zeer in te spannen om bij te blijven, kreeg dus elk rapport te horen dat ik minder moest dromen, harder moest werken, en ik had af en toe een flinke hekel aan domme kinderen, want die moest je alles drie keer uitleggen en niets zo vervelend als drie keer luisteren naar uitleg over iets dat je al de eerste keer begreep.

Anyway. Mijn CITO-score – die was toen nog bijna allesbepalend – wees gek genoeg op HAVO-advies, maar de bovenmeester stak daar een stokje voor, want die had wel door dat ik naar het Atheneum moest. En hij had gelijk, want ik haalde in zes jaar, nog vóór mijn achttiende verjaardag mijn diploma, allemaal voldoendes, niks aan de hand. Ik deed dat ook nog zonder noemenswaardige inspanning, want ik had een pretpakket – vier talen, aardrijkskunde, geschiedenis en economie – en was goed in opstellen, luistertoetsen en samenvattingen. Dan kon het in die tijd al bijna niet meer mis.

Ik ben op dus een waakvlammetje door de basis- en middelbare school gesukkeld. En dat was achteraf jammer. Ik had namelijk iets heel belangrijks niet geleerd: dat je soms in het leven een echte inspanning moet leveren om iets te bereiken. Ik was er onbewust van uit gegaan dat de rest van mijn leven net zo rimpel- en moeiteloos zou verlopen als de tijd op school. Niets bleek natuurlijk minder waar. Ooit breekt onvermijdelijk het moment aan dat je tegen de grenzen van de vrijblijvendheid aanwandelt en echt je handen uit de mouwen zult moeten gaan steken om gedaan te krijgen wat van je wordt gevraagd; bij voorbeeld op je werk.

Ik wilde daar niet aan en voelde me hevig te pakken genomen; niemand had me ooit uitgelegd dat de dingen wel eens moeilijk, tijdrovend en vermoeiend zouden kunnen zijn. Wat ik probeerde: ik kon me maar niet door die teleurstelling heen vechten. Uiteindelijk kwam er – geloof het of niet – zelfs intensieve therapie aan te pas en heb ik min of meer geleerd te aanvaarden dat leven ook werken is, en ik denk dat ik nu pas overtuigend scoor op dingen als discipline en doorzettingsvermogen.

Ik verwijt mijn lieve ouders niets, maar mocht ik mijn jeugd overdoen, had ik graag gezien dat zij wat eerder een paar flinke drempels voor me hadden opgeworpen en me wat harder achter de vodden hadden gezeten. Dat ze me hadden leren inzien dat een acht leuker is dan een zes, dat je best doen een beter resultaat kan opleveren en vooral: dat inspannen normaal is, leuk kan zijn en je achteraf een bevredigd gevoel kan geven.

Het heeft me, als bekeerling-beginneling in de wereld van het harde werken,  behoorlijk wat moeite gekost mijn twee oudste zoons een beetje arbeidsethos bij te brengen – al moet ik zeggen dat ze, toch nog met ruime voorsprong op hun vader, de slag van het aanpoten inmiddels stevig te pakken hebben -,  en ik ben vastbesloten nummer drie al veel eerder aan te pakken. Die arme jongen zal zich de poten uit het lijf moeten lopen, straf krijgen voor ieder cijfer onder de zes, en een baantje moeten nemen om te leren voor zichzelf en zijn pleziertjes te betalen. Want dat is misschien wel even naar voor hem, maar niet zo naar als een luie slapjanus zijn. Met een IQ van 176, dat dan weer wel. Als hij tenminste naar zijn vader aardt.

Meer lichtvoetige tips voor het moderne vaderschap, of andere mannenonderwerpen, check de Langedijk & Heemskerk-bibliotheek op bol.com of in je betere boekhandel!

Topboek voor vaders

Foto iStock/ Jacob Ammentorp Lund