No biggie: werk en kind

Jan kijkt ‘Papadag’ en herkent zich er totáál niet in

Wat het eerst opvalt in Papadag: alle vrouwen gaan vreemd of vertrekken met de Noorderzon. En iedereen heeft tijd om eindeloos in het park rond te lummelen met een kinderwagen. Is de serie Papadag een natuurgetrouwe afspiegeling van de werkelijkheid? Dan zijn we met z’n allen een zielig zooitje klootzakken bij elkaar!

Serieus! Wat is er aan de hand met die chicks in Papadag? De een krijgt al op dag drie een post-natale depressie van haar huilbaby en vertrekt met onbekende bestemming. De tweede voelt zich een weekje verwaarloosd door haar overijverige echtgenoot, die koekjes bakt, en ligt direct de salsalerares te vingeren. De derde, zus van de tweede, doet niets anders dan haar aardige middelbare thuisman afbekken, en gaat vervolgens op ‘zakenreis’ naar New York om daar een knappe jonge collega af te rijden. En de laatste, nou, die doet eigenlijk niks verkeerd, maar grappig genoeg krijgt uitgerekend háár brave bouwvakker een burn-out.

Welkom in Papadag, een eigentijdse reeks van die goeie ouwe AVRO/TROS. De serie draait om een paar mannen die – de naam zegt het al – minimaal een dag in de week voor hun jonge baby moeten zorgen, donderdag, en elkaar dan – aanvankelijk toevallig – in het park ontmoeten. Dat vaderen gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot, ze stuntelen heel wat af met luiers, flesjes en rompertjes, maar dat krijgen ze toch nog verrassend snel onder de knie (dûh) en dan gaat het echt loos en komen we in de diepe lagen van het vaderschap en de mannelijkheid terecht.

We zien de ambtenaar Martijn tobben om te voldoen aan de spirituele en glutenvrije eisen van de kinderopvang. Ex-bankier Louis verpaupert in zijn kamerjas en stelt zijn vrouw terminaal teleur als hij een poets inhuurt in plaats van zelf met een duizenddingendoekje de piano op te wrijven. DJ Booz vergeet op ieder festival zijn baby en ontdekt dat het single vaderschap zich lastig laat combineren met nachtdienst in de dancing, bouwvakker Ronnie bezwijkt onder de stress van de combinatie werk en boterhammen smeren voor de twee allerliefste en zelfstandige kinderen op aarde. En dan hebben we in het kader van de compacte diversiteit ook nog de excuushomo met – je gelooft het niet – broedse Syrische vluchtelingenverloofde, overigens wel direct het meest geloofwaardige personage.

Vergeet je de realiteit, is Papadag trouwens best het aankijken waard. In de gouden Nederlandse drama-traditie zie je alle ontwikkelingen geruststellend van mijlen afstand aankomen, de gulle lach is steeds voorhanden, en er mag gerust een traantje van ontroering worden geplengd. Er wordt niet eens zó erg overgeacteerd, de cast is leuk en goed getroffen… ben je een keer een papadagje thuis en heb je tussen twee luiers een paar uur de tijd: gewoon lekker even terugkijken en blij zijn dat jouw vaderschap er héél anders uitziet.

Want Jezus mannen, wat laten we ons hier weer portretteren als suffe, incontinente, achterlijke huilebalken. Als dit het beeld is dat vrouwen hebben van de vaders van hun kinderen – of erger: als dit een natuurgetrouwe weergave is van de vaders van hun kinderen… Dan kan ik  het ze niet kwalijk nemen dat ze troost zoeken bij iedere salsa-juf die ze zachtjes in de foef wil knuffelen, dat ze de eerste trein naar New York nemen om zich te laten voorzien van de ferme troostpenis van een prettyboy, of dat ze helemaal oplossen in het niets en nooit meer iets van zich laten horen.

Gelukkig weten jullie en ik dat het in het echt heel anders toegaat. Dat een beetje man zo’n baby moeiteloos inpast in zijn bestaan, achteloos combineert met baan en relatie, en hem of haar de plaats geeft die hij of zij verdient: de junior-deelnemer van het gezin, die liefde maar ook discipline ontvangt, aandacht maar geen verwennerij of aanstellerig gedweep, troost maar regelmaat – het is verdomme geen hogere wiskunde!

Mannen kunnen dit gewoon. Als de beste. En waarom? Omdat we problemen oplossen in plaats van laten sudderen, dingen vragen als we ze nodig hebben en dingen kunnen omdat ze gedaan moeten worden. Omdat we gevoel in onze donder hebben, maar ook kunnen nadenken. Omdat we ons altijd redden. Want we zijn mannen, verdomme nog aan toe. En wij weten: elke dag is papadag. No biggie. We houden zelfs nog tijd en energie over onze vrouw. En de salsalerares, desnoods.