Hoe overleef je een relatie met een moeilijke vrouw

Meneer Jan heeft ze de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond zien spruiten: moeilijke vrouwen. Vrouwen met een mening en een eigen wil. Hij vraagt zich af: hoe behaag je nou zo’n vrouw? Vala, zelf niet de makkelijkste, schiet te hulp.

Ik begrijp Jans probleem wel. Vroeger was het simpel: als man domineerde je de vrouw en daar deed niemand moeilijk over. En als ze toch een beetje begon te sputteren trok je een streng gezicht, wasemde wat testosteron uit je poriën en dan krulde ze zich weer netjes op in haar hoekje van de bank. Tegenwoordig echter, loop je als je pech hebt als man tegen een zogenaamde powervrouw (in het verleden ook wel bitch genoemd) aan en die zijn niet zo makkelijk tevreden en/of bevredigd te krijgen (en te houden). De man ziet zich dus gesteld voor een dilemma: of zichzelf opnieuw uitvinden, of eenzaam en alleen achterblijven in een tragische studio met veel chroom en grijstinten. In theorie is die keus natuurlijk snel gemaakt, maar, zoals dat doorgaans gaat, is de praktijk heel wat minder eenvoudig. Want leven met zo’n gecompliceerd exemplaar, dat is gewoon geen kattenpis.

Ik bén zo’n moeilijke vrouw. Althans, dat heb ik mij door verscheidene mannen laten vertellen. “Je bent net je moeder!” gilde er eentje wanhopig, waarna hij de deur van ons appartement voorgoed achter zich dichttrok (mét medeneming van de Brabantia prullenbak overigens, ik vermoed als laatste uiting van verzet), omdat hij het gewoonweg niet meer aankon. En dat wil wat zeggen, want mijn moeder, dat is een bitch on wheels. Die was haar tijd ver vooruit, zeg maar. Mijn eerste echtgenoot legde na vijf jaar huwelijk uitgeput en met holle ogen zijn hoofd op het bureau van onze echtscheidingsadvocaat en murmelde: “Ik hou van je, maar het is gewoon teveel.” Sinds we uit elkaar zijn is hij waarlijk opgebloeid. Tot mijn grote opluchting, want alhoewel ik van mening ben dat een béétje man opgewassen moet zijn tegen een vrouw van enig kaliber, voelde ik me toch wel een beetje schuldig dat ik hem gebroken had.

En deze twee mannen zijn niet de enigen die de rest van hun leven geplaagd zullen worden door hevige nachtmerries over hun tijd met mij. Daarom wil ik de man de hand reiken en helpen zich staande te houden in de nieuwe wereld: de wereld van de vrouw met haar op haar tanden. Want ik ben dan weliswaar moeilijk, maar ook filantropisch ingesteld. De maatschappij, dat ben jij, tenslotte en als het zo doorgaat zitten we straks zonder mannen, omdat die allemaal uit pure wanhoop als lemmingen van een brug zijn gesprongen. En dat zou toch zonde zijn.

Het onderhouden van een relatie met een moeilijke vrouw vereist een combinatie van verschillende disciplines. Om te beginnen dient de man zeker van zichzelf te zijn, zodat hij zich niet bedreigd voelt als zijn vrouw succes (en vooral méér succes) heeft. Heeft hij dus, bijvoorbeeld, ik noem maar wat, een lullig journalistenbaantje waarbij hij af en toe een nietszeggend stukje tikt dat het moet doen met drie luizige likes op Facebook, terwijl zij al drie Pulitzers en een bestseller achter haar kiezen heeft, dan is het zaak dat hij zich daardoor niet op zijn pik getrapt voelt en van de weeromstuit ter compensatie verandert in een irritante mansplainer in een (misschien weliswaar onbewuste) poging zijn superioriteit terug te winnen. Daarnaast is het van belang dat hij fervent voorstander is van gelijke taakverdeling op het gebied van huishouden en gezin. Gevraagd moeten worden om de stofzuiger ter hand te nemen, boodschappenlijstjes voor je laten maken, of niet onthouden wanneer het kroost een natte oase voor het kerststukje mee naar school moet nemen is uit den boze. Zelfredzaamheid is key.

Tussen de lakens is het zaak dominant, doch teder te zijn en bovendien in staat tot evenwel het langdurig uitstellen van een orgasme, als stante pede klaarkomen op commando. Knuffelen na de coïtus is niet optioneel, ook niet als je door een lange dag werken zo moe bent dat je tijdens de daad eigenlijk je ogen al nauwelijks open kon houden. Behalve als zij zich meteen omdraait en in slaap valt, dan moet je niet zo halfzacht doen en gewoon gaan tukken. In discussies wordt er verwacht dat je met steekhoudende argumenten en causale verbanden komt en niet gaat lopen mekkeren dat je niet tegen ruzie kunt, want er is een groot verschil tussen een goed, intelligent gesprek en ruzie. De tijd dat vrouwen nooit hun stem verhieven en geen krachttermen bezigden om hun betoog te onderbouwen is voorbij, dus zorg dat je een dikke huid kweekt. En dat je het niet kunt winnen betekent niet dat zij niet begrijpt wat je bedoelt. Jij legt het alleen slecht uit. Vanzelfsprekend ben je goed gekleed en snap je dat je wederhelft geen rafelige boxershorts accepteert. Je merkt het op als zij er leuk uitziet, nieuwe kleren of een nieuwe coupe heeft en geeft dan een welgemeend compliment. Echter, dit doe je altijd met respect en zonder haar verlekkerd op de billen te slaan of anderszins seksistisch te bejegenen en bij voorkeur ben je actief binnen de #metoo beweging. Met een pussyhat scoor je extra punten.

Zo ingewikkeld is het eigenlijk allemaal niet, beste heren. De man die deze simpele richtlijnen opvolgt verzekert zich van een leven lang geluk in een daadwerkelijk smaakvol ingerichte woonomgeving. En vooruit, dan mag je zelfs die chromen Brabantia prullenbak houden. Zie je nou hoe makkelijk we zijn?