Fit en gespierd zonder pijn (2) – Jan gaat op onderzoek en doet zijn eerste rondje…

Wat vooraf ging: Jan wil graag een gespierde torso maar haat zwemmen en gaat kapot in de sportschool. Dankzij collega Paul van der Linden, eigenaar van een beter lichaam dan hij krachtens zijn gevorderde leeftijd zou moeten bezitten, komt hij op het spoor van fit20, een oer-Hollands regime dat pijnloos en tijdluw het gewenste resultaat belooft…

Eduard Driessen is de grote man in de vestiging van fit20 in Amsterdam, en bij hem meld ik me dus voor nadere  toelichting en kennismaking. Eerste indruk: het is koud. En dat is goed, want het is buiten warm, heel warm, en je moet er niet aan denken dat je in dat soort omstandigheden fitte shit moet doen. Hulde voor de airco. Verder valt op dat de ruimte is uitgevoerd in kraakhelder wit en een soort appelgroen, dat zelfs de zes vervaarlijke machines die er staan, een vriendelijk en geruststellend aanzicht geeft. Tot zover: niets aan de hand.

Eduard legt uit: onze spieren zijn opgebouwd uit verschillende vezels, die op verschillende momenten worden ingeschakeld, afhankelijk van de hoeveelheid kracht en vermogen. De vezels hebben ook een nam, of eigenlijk een nummer: 1, 2a, 2ab en 2b. Let alvast op 2b, want dat is waar het over gaat!

Door de specifieke vorm van trainen gebruik je tijdens een potje fit20 opeenvolgend alle spiervezeltypen. Als de tank van de eerste spiervezels leeg is, schakel je over op de tweede, de derde en tenslotte de vierde ‘versnelling’: vezeltype 2b, de vezels die bedoeld zijn voor de allerergste noodsituaties, als je bijna bovenmenselijke kracht of snelheid moet weten op te brengen om het noodlot af te wenden of voor te blijven.

Die spieren gebruik je in het gewone kantoorleven maar zelden, en wat je niet gebruikt, raak je kwijt, en steeds sneller wanneer je ouder wordt. Dat is jammer, want 2b is eigenlijk een soort turbo op je hele spier: juist door het trainen van deze vezels kun je je spieren sneller en krachtiger aanspannen. En dat kun je merken aan je toegenomen sprintkracht en betere reflexen. Aldus, nog altijd, Eduard Driessen, die zelf in elk geval een overduidelijk energiek en afgetraind voorbeeld is van deze succesformule.

Theorie duidelijk? Kunnen we op de weegschaal. Zo’n alleswetende machine die behalve je gewicht ook allerlei vet- en spierpercentages van je te weten komt. Niet om jullie te dissen natuurlijk, maar ik sta overal in het groen en heb dus eens een start vanuit kracht, in plaats vanuit zwakte. Dat is ook wel eens anders geweest.

‘Zullen we dan een rondje?’ Echt? Echt. Gewoon met kleren en sneakers, in de airco-kou, op de apparaten. De bedoeling is: oefeningen doen met de grote spiergroepen, bij elk toestel de nadruk op een andere, maar altijd in de mix. Zwaar en langzaam. Tien tellen heen, tien tellen terug, tien tellen heen, tien tellen terug. De hele tijd met de spieren onder druk, want ‘neerleggen’ mag niet. Eduard gaat door tot je niet meer kunt, want pas als je bijna niet meer kunt, spreek je eindelijk de 2b-vezel aan – als de tankjes 1, 2a en 2ab al volledig zijn uitgeput. Dat is na een kleine twee minuten. Zo niet, krijg je volgende keer meer gewicht. Totale tijd inclusief lullepraatje en watertje toe: 20 minuten!

Hoe ik het vond, vraagt Eduard. Ja, wat vond ik? Het was zwaar maar ik bleef droog. Het was zwaar, maar ik heb geen pijn, wel een soort buzz in mijn lijf, die verraadt dat het op zijn flikker heeft gehad. Het was zo snel voorbij, dat ik niet de kans kreeg me paniekerig af te vragen hoe lang het nog zou duren. Niemand schreeuwde tegen me. Het was fris en vriendelijk. En ik hoef pas weer over een week, want de herstelduur van 2b-vezels is vijf dagen minimaal. Ik zeg: ‘Ik vond het leuk’. Nu nog zien of het werkt!

Binnenkort: Jan na vijf keer trainen! Kun je het al zien?