Deze taalfouten maken we zo vaak dat ze geen taalfouten meer zijn

Wij maken met z’n allen nogal wat taalfouten. Van ‘uitprinten’ tot ‘ik ben langer als hij’, de grammaticale correctheid heeft het zwaar te verduren. Het wonderlijke hiervan is dat als iets maar vaak genoeg fout wordt gezegd of geschreven, het vanzelf correct wordt. Maar laten we daar alsjeblieft niet te ver in gaan.

Elk jaar voegt Van Dale woorden en vervoegingen die eerder als ‘fout’ werden afgeschreven aan het dikke woordenboek toe. Zo evolueert een taal met haar gebruikers mee. Maar soms gaat het simpelweg te ver. Dit jaar werden o.a. de volgende woorden toegevoegd:

Frikadel/Frikandel
Eerder was het frikadel, nu mag het allebei. Prima. Deze kunnen we slikken (de toevoeging evenals de frikadel zelf.)

Uitprinten
Oké, dit kunnen we ook nog wel hebben. Uitdraaien klinkt ondertussen enigszins ouderwets, maar wat is er mis met enkel printen? Vooruit, uitprinten, vooruit.

Mond-op-mondreclame
Nee, hier trekken we een streep. De reclame wordt gemaakt van mond tot mond, door middel van gesprek, niet door een potje flink tongworstelen. Mond-op-mond leer je bij de BHV-cursus om je collega’s te redden wanneer ze stikken in een wortel. Wij gaan hier geen reclame voor maken, al helemaal niet mond-op-mond. We vinden je aardig, meneer, maar zo aardig niet.

Dit toevoegen van woorden bewijst dat als we maar koppig genoeg zijn, onze fouten vanzelf correct worden. De taal ontwikkelt met de mens, dat begrijpen wij ook wel, maar er bestaan regels om duidelijk met elkaar te communiceren. Als je iemand wijst op een gemaakte ‘mond-op-mondreclame’-fout, zal die waarschijnlijk zuchtend antwoorden met: “Je weet toch wat ik bedoel?”. Ja, we weten wat je bedoelt. Maar stel je nu eens voor dat we op een bankje langs de weg zitten, je naar een auto wijst en zegt: “Wow, moet je die rode boot eens zien. Gaaf.”

Door te wijzen en alle gebrek aan een boot in de nabije omgeving weet ik dat je het waarschijnlijk over die rode auto hebt, dat snap ik wel, maar dat betekent niet dat het niet fout gezegd is.

Een toevoeging als frikandel is prima, want daar daar kan geen verwarring over ontstaan. Laat dat de regel dan zijn. Overigens, een voorbeeld van een naar onze mening correcte aanpassing: het meervoud van ‘datum’ mag na ‘data’, nu ook ‘datums’ zijn, omdat ‘data’ ook digitale gegevens zijn. Zie je, we zijn niet alleen maar ontevreden.