De sauna, Marcel vindt het maar een smerig concept

De zin die je als jonge ouders het vaakst tegen elkaar zegt: “Is er nog alcohol?” Op de voet gevolgd door: “We moeten er echt eens op uit, samen, vanwege dat onze relatie anders ontploft.”

Die alcohol is makkelijker te realiseren dan de tweede optie, maar toch was het laatst zover. Mevrouw en ik gingen er samen op uit. Een dagje. Een verrassing was het, in elkaar gezet door vrienden. Vrienden van het duistere, verkeerde soort, want iedereen die mij een beetje kent weet dat ik een grondige hekel aan sauna’s heb. Toch hadden ze precies dat geregeld.

De sauna. In bepaalde kringen heel fashionable aangeduid als ‘een dagje Wellness’ en je zou er heel zen en relaxt van worden, maar het komt in mijn ogen vooral neer op: zweterig en naakt in een hok vol net zo zweterige naakte mensen zitten. Ik wil niemand voor de nudistische bips stoten, maar ik kom daar niet van tot rust. Dat is geen Wellness voor mij, geen relaxtheid, geen zen, dat is gewoon vies. Niks ten nadele van andere mensen, maar ik word al nerveus als restauranttafeltjes te dicht op elkaar staan, dus ik zit er al helemaal niet op te wachten om in mijn blote hol naast iemand anders en zijn lichaamssappen te zitten.

Bovendien zitten er in tegenstelling tot wat de websites en folders van die sauna’s aangeven helemaal geen mooie mensen in de sauna. Die websites staan ramvol knappe, gespierde, jonge mensen. Afhankelijk van hun geslacht hebben ze ferme piemels of supermooie borsten, ze hebben billen van graniet en hun glimlach is perfect en parelwit. Prachtige mensen, zijn het. Mensen ook die je nooit in de sauna ziet. Want niet om lullig te zijn: de meeste mensen zijn nu eenmaal niet heel mooi. Op zijn best kunnen we er wel mee door, maar vaker zijn we gewoon bloedlelijk. Godzijdank hebben we zo’n leuk karakter.

En godzijdank dragen we kleding. Want net zoals ik jullie niet wil vermoeien met de aanblik van mijn lichaam, zit ik niet te wachten op dat van jullie.

Godzijdank denkt mevrouw er net zo over. Dus bedankten we onze ‘vrienden’, pakten een stapeltje handdoeken in, knuffelden met dochter, installeerden de oppas, zeiden vrolijk ‘tot vanavond’, gingen al zwaaiend de deur uit, kochten om de hoek drie stinkkaasjes en twee flessen wijn, fietsten naar het park en kwamen aan het eind van de dag bruin en vrolijk terug. We voelden ons heel relaxt en zen, die avond.